‘Voel jij je een compleet mens?’
Die vraag hoor ik de laatste tijd vaker, misschien is het een modeverschijnsel. Sinds de welvaart in West-Europa groeit hebben veel openingsvragen een gesprek gestuurd: Ben je gezond, heb je behoorlijk te eten? Zijn jullie rijk? Modern of behoudend? En nu: voel jij je een compleet mens?
Veel mensen zeggen ja. Als je nee zegt ben je de ander uitleg verschuldigd. Alsof je toegeeft dat je gemankeerd door het leven gaat. Alsof je delen van jezelf hebt laten afpakken, maar door wie? Alsof je door onoplettendheid of slordigheid incompleet ben geworden.
Bij mijn geboorte zag ik er gaaf uit. Mijn huid was rimpelig, rimpeliger dan die van een naaktkat. Mijn hoofd liep paars aan door slijm in mijn longen. Maar toch was ik af. Dat stelde de dokter vast die op mijn billen sloeg. ‘Huil maar ventje, je komt ook veel te vroeg,’ zei hij. ‘Maar je bent af.’ Mijn moeder knikte, de tranen stonden in haar ogen. Later knikten ook mijn vader en het kraambezoek. Af.
Op scholen en opleidingen beweerden ze dat ik niet af was. ‘Je bent nooit uitgeleerd,’ klonk het. Oeverloos als een hit van Doe Maar. Een leraar die met twee stokken door de klas liep, omdat polio zijn benen had verminkt, zei: ‘Jij zult je je hele leven blijven ontwikkelen’.
Blij-ven ont-wik-ke-len. Geen luchtig motto, dat klinkt eerder als een vonnis. Als een advies aan poliopatiënten om vooral door te zetten. Intussen lijkt de wijsheid van de opmerking achterhaald, of in elk geval deels; ik kan me ontwikkelen tot ik blauw aanloop, daarnaast moet ik me ook compleet voelen.
Compleet klinkt als de overtreffende trap van af. Als het premiumpakket met alle opties. Wie zich compleet voelt behoort tot de VIP-klasse van de mensheid.
Voel ik mezelf compleet? Ik herinner me momenten waarop ik me compleet voelde. Toen ik een gevecht op straat verloor en bloedend naar huis strompelde. Veel later in de armen van een meisje. Toen ik met mijn vrouw de top van de Kilimanjaro bereikte. En toen ik scheppen zand op de kist van mijn moeder gooide. Stuk voor stuk intense, heldere momenten.
Ik voelde me compleet omdat ik afscheid nam van een bepaalde versie van mezelf. Van een beeld of gedaante die ik zat was. Noem het momenten van bevrijding. Ze zijn schaars. Alomvattend maar van voorbijgaande aard. Tijdelijk als vloedgolven die terugtrekken naar zee.
Maar ik kan niet alles weten. Misschien ben ik compleet geworden zonder dat ik het doorhad. Onbewust. Terwijl ik sliep. Of de grote upgrade moet nog plaatsvinden. Alleen, hoe kom ik daarachter?
Gisteren vroeg een radiopresentator het aan haar studiogast, een bekende regisseur: ‘Voel jij je een compleet mens?’ Ik appte: Wat bedoel je met het woord compleet? Ze las mijn bericht razendsnel, want ze onderbrak het interview. ‘Voor de luisteraars die net inschakelen, we hebben het niet over happy singles die vaste relaties uit de weg gaan. Dit gesprek gaat over of je alle talenten en kwaliteiten die je bezit kent en benut in het doolhof dat leven heet.’
Ah, een aanwijzing. Het complete leven is een doolhof. Ooit liep ik met een vriend zo over het strand van Kreta: jongens dolend door een lusthof. Elk meisje in bikini even onbereikbaar, alsof daar ligusterhagen groeiden. Maar het woord doolhof heb ik nooit op mijn leven durven plakken. Stel je voor dat het werkelijkheid wordt.
Met een nieuwsgierige geest en open zintuigen kun je je veelzijdigheid ontdekken. Talenten benoemen. Gebreken accepteren. Onzekerheid en schroom van je afschudden. Kracht en zelfvertrouwen vinden. Het resultaat: je geluksgevoel neemt toe. Je nadert een staat van compleetheid. Althans, dat is de veronderstelling in veel cursussen voor persoonlijke groei.
Het klinkt als reclame voor dure shampoo. Maar dat is geen argument om het niet te proberen. Onderzoek, train en handel ernaar, ook als de cursusleider niet kan garanderen dat je je gelukkiger gaat voelen.
In beeldende en schrijvende kunst is geluk een zeldzaam verschijnsel. In de academische wereld worden leerstoelen bezet in de theorie van geluk. Het World Happiness Report verschijnt driejaarlijks en Nederland staat in de top-vijf. Geluk meet je niet zoals gewicht of lengte, geluktheoretici onderzoeken het verband tussen menselijke kwaliteiten en hun leefomstandigheden. Het resultaat drukken ze uit in een maat van geluk. Om dat beter te begrijpen, wilde ik aan zo’n onderzoek meedoen. Maar het idee dat ik een systematisch overzicht van karaktereigenschappen zou moeten bijhouden weerhield me. Te tijdrovend. Onbegonnen werk. Ik houd liever supermarktaanbiedingen bij.
Want mijn onderzoek zal ongeveer deze conclusie opleveren: ik behoor tot de groep die hun leven doorgaans als gelukkig beoordelen. Even vaak voel ik me ongelukkig. Ben ik dan compleet?
Ik ken mensen die streven naar een compleet leven. Hun loopbaan en sociale netwerk dwingen respect af. Zoals hoe ze hun vrijetijd besteden. ’s Avonds traint hij voor de Ironman. In het weekend, op de natuurcamping, schildert zij aan een portret van haar geliefde, ter voorbereiding op een solotrek door Patagonië. Online leren de ouders hun kinderen Chinees, want je weet nooit. Als verveling liefde richting wanhoop drijft kiezen ze een andere partner. Echt complete mensen beginnen uiteraard een driehoeksrelatie. Beginnen, want ze scheiden categorisch. Om ook te ervaren hoe dat voelt. Complete mensen tonen talent onder alle omstandigheden. Exploiteer wat je hebt, zie geen kwaliteit over het hoofd, bij onderbenutting van je millennial potential lonkt de middelmaat. Hun inzet is genadeloos. De ambitie totalitair.
Bestaat er geen geitenpaadje waarlangs je compleet kun worden? Wat als ik me overgeef aan religieuze of spirituele weldoeners? Of aan de doe-het-zelf voordelen van meditatie en yoga? Of misschien heeft iemand aangetoond dat op brasem vissen even doeltreffend is.
Alle antwoorden welkom.
Een ding is zeker: wat ik ervaar of creëer, mijn brein zal lastige vragen stellen bij wat mijn lichaam en geest registreren. Twijfel werkt als een drug. Je kunt die bestrijden, maar ook de geringste twijfel wrijft het in: jij bent verslaafd, wen er maar aan.
Nu andersom. Voelt iemand met een vaag beeld van zijn kwaliteiten zich een incompleet mens?
Ik heb het niet over gebrek aan talent; wie niets voor ondernemen voelt moet geen bedrijf beginnen. Ik bedoel dat je inzet te laag kan zijn om talent en vaardigheden te zien groeien. Je besteedt er te weinig tijd aan, hebt nauwelijks geduld, zet niet door, en je weet het.
Incompleet is het slachtoffer van de eigen tekortkomingen. Ongeluk als keuze.
In de verhalenbundel Jesus’ son beschrijft Denis Johnson een verslaafde, Wayne, die met een vriend koperen leidingen uit zijn onbewoonbaar geworden huis sloopt en ze verpatst voor meer drugs. Het verhaal werkt vervreemdend doordat ze de zware klus bloedserieus, nee, manisch uitvoeren.
Ook niet-verslaafden zijn zich soms onbewust van een gebrek aan vaardigheden.
‘Macht is jouw zwakte,’ zei een goede vriend tegen me. ‘De irrationele kant van macht, dat is jouw allergie.’
Dat is jouw blinde vlek, bedoelde hij. En die vlek maakt je incompleet.
Macht openbaart zich vaak onverwacht. In een handeling die relaties en belangen blootlegt, met verbaal en non-verbaal gedrag dat daarbij hoort. Macht stelt je voor een voldongen feit, je kunt alleen nog motieven afleiden. Als de machtsvlek zich uitbreidt en tegen redelijkheid en logica ingaat, verlies je de controle. Je kijkt machteloos toe.
Hoe scherper ik een strijd om macht voor me zie, hoe scherper mijn afweging: negeren, me eraan onttrekken of het gevecht vol aangaan. Maar het brein is vaker bij- dan helderziend. Soms lijkt het of iemand meer macht heeft dan ik en is het vertoonde spel schijn. Dan beeld ik me mijn afhankelijkheid in. Ofwel, ik voer een gevecht met mezelf. Dat soort macht moet ik relativeren.
Zo wordt een blinde vlek kleiner. Maar verwacht geen klinkende resultaten. Los daarvan schuilen er in een blinde vlek ook kwaliteiten. Wie weet onvermoed talent.
Ik heb kort een lijstje bijgehouden van invallen die kunnen uitgroeien tot talent: schildpadeieren tellen op een tropisch strand. Me verhuren als gigolo. Line-dansen in Texas. Leren kickboksen. Behalve dat laatste voer ik die ideeën niet uit. Een ander deel in mijn brein, krachtig als de sweet spot op een tennisracket, weerhoudt me ervan.
Misschien ben ik compleet in mijn incompleetheid. Als ik blinde vlekken herken en beperkingen de baas blijf. Ik weer me zoals iemand zich tegenover het nieuws en maatschappelijke problemen weert. Als ik me vaardig weet in het benoemen en weerspreken. In de macht van het woord.
Ik denk nu aan machtige woorden. Vrije woorden.
Ook vrije woorden dragen de tekens van incompleetheid in zich. Wapens blijken vaak machtiger. Of de dreiging die daarvan uitgaat.
Nu over wat tot elke Europeaan moet zijn doorgedrongen sinds de veiligheidsconferentie van München in februari 2025.
We hebben een deel van onze gezamenlijke veiligheid verwaarloosd. De Europese defensiemacht, bedoeld om vijanden af te schrikken, is zonder Amerika niet sterk genoeg. Dat maakt ons incompleet. Het ontbrak ons de afgelopen decennia niet aan talent, wel aan vaardigheid. Een groeiende overtuiging bleek misleidend, de overtuiging: wij, Amerika en Europa, vrienden voor het leven, hebben de koude oorlog gewonnen, dus zo’n vaart zal onze veiligheid niet lopen. Maar onze inzet om die vrijheid onder alle omstandigheden te verdedigen is te laag. We hebben ons on-vol-doen-de ont-wik-keld! Met die blinde vlek drijven wereldmachten nu de spot. Behalve een dictator in het oosten ook een trouwe vriend in het westen.
Zijn de waarden die we met Amerika delen nog wel gezamenlijk, vragen we ons af. Misschien niet, zegt Donald Trump. Een groot deel van de Amerikaanse kiezers vindt volgens hem hetzelfde. Daarom zitten Europese leiders niet vanzelfsprekend aan de onderhandelingstafel over grenzen op hun grondgebied. Dat vaststellen lijkt me geen ‘Calimero-gedrag’, zoals NAVO-baas Mark Rutte het aanvankelijk noemde. Het is reden om na te denken over wat Europese vrijheid en Atlantische vriendschap betekent. Hoe ver die gaat. Wat dat van ons vraagt.
Zonder gedeelde macht over vrije woorden zal de meerderheid van de Europeanen zich incompleet voelen. Beknot of bedreigd. Terugkerende aanslagen in Duitsland en Frankrijk en de Russische bezetting van grondgebied van een soevereine staat bewijzen dat we kwetsbaar blijven. De vraag is hoe we verworven vrijheden willen verdedigen. Dat is een reden om samen te komen.
De meeste NAVO-leden geven op papier 2% van het Bruto Binnenlands Product uit aan defensie. Wie een veilig en krachtig Europa wil zal meer moeten bijdragen en de prijs kan hoger uitvallen dan 4% van het BBP. De komende jaren zal het blijven gaan over de bereidheid om voor het voorkomen van oorlog te betalen. Of: om onze staat van vrede te handhaven.
Realiteitszin voor macht en dreigend geweld zal ons weerbaarder maken. Niet persé gelukkiger. Misschien completer. Hopelijk menselijker.